Vergunningen
Vergunning nodig voor het aanleggen van een verharding?
Een oprit, terras of parkeerplaats aanleggen lijkt een kleine ingreep, maar telt mee in de totale verharde oppervlakte van uw perceel, niet enkel het nieuwe stuk. Daardoor is een vergunning vaker nodig dan gedacht, zeker als er al verharding aanwezig is.
Wanneer heeft u een vergunning nodig voor verharding?
Sinds 1 maart 2026 kent Vlaanderen geen meldingsplicht meer voor werken aan een woning: een project is vrijgesteld óf vergunningsplichtig. Voor verharding zoals een oprit, terras of parkeerplaats hangt dat af van de totale verharde oppervlakte op uw perceel en van de zone waarin u woont, niet enkel van de omvang van het nieuwe stuk.
De exacte drempelwaarden verschillen per gemeente en per type verharding, en cijfers hierover spreken elkaar in de praktijk tegen. Daarom rekenen wij dit per dossier voor u na, in plaats van een vast getal te communiceren dat mogelijk niet klopt voor uw perceel of gemeente.
Waarom telt de totale oppervlakte, niet enkel het nieuwe stuk?
Bij de beoordeling van een verhardingsproject telt niet enkel de nieuwe oprit of het nieuwe terras, maar de volledige verharde oppervlakte van het perceel: bestaande verharding plus wat u wil toevoegen. Wie dat niet meerekent, onderschat vaak of een vergunning nodig is.
Dit is de klassieke valkuil: een tuin heeft al een terras, een pad en misschien een tuinhuis staan, en de eigenaar telt enkel de nieuwe oprit mee bij de beoordeling. In werkelijkheid bepaalt de optelsom van alles samen of het project nog binnen de vrijstelling valt. Plant u ook een zwembad? Ook dat telt mee in dezelfde totale oppervlakte, zie onze pagina over vergunning voor een zwembad.
Waterdoorlatende versus dichte verharding
Verharding is dicht als regenwater er niet doorheen kan infiltreren, en waterdoorlatend als het water wél in de ondergrond kan wegzakken. Dat onderscheid speelt mee in de beoordeling van uw dossier, omdat waterdoorlatende verharding de druk op de riolering en de infiltratieverplichting anders beïnvloedt dan dichte verharding.
Hier gaat het regelmatig mis: waterdoorlatende klinkers of grasklinkers ogen doorlatend, maar als ze op een dichte, niet-doorlatende fundering liggen, bijvoorbeeld een aangestampte laag beton of een asfaltbed, laten ze in de praktijk niets door. De bovenlaag alleen bepaalt dus niet of iets waterdoorlatend is; de volledige opbouw, inclusief funderingslagen, moet meewerken. Wie op basis van waterdoorlatende klinkers rekent op een gunstiger beoordeling, moet ook de onderbouw laten uitwerken door iemand die weet welke funderingsopbouw daadwerkelijk water doorlaat.
De strook tussen uw perceel en de rijweg
De strook tussen uw perceelsgrens en de rijweg, vaak de berm of het voetpad, is meestal geen eigendom van u, maar van de gemeente of een andere wegbeheerder. Wilt u die strook verharden om uw oprit aan te sluiten op de rijweg, dan heeft u daarvoor een aparte toelating van de gemeente nodig, los van de vergunning voor het deel op uw eigen perceel.
Dit wordt vaak over het hoofd gezien: de eigenaar regelt de vergunning voor de eigen tuin, maar vergeet dat de aansluiting op de rijweg apart aangevraagd moet worden bij de gemeente of, bij een gewestweg, bij de bevoegde wegbeheerder. UNABO brengt dit mee in kaart bij de opmaak van uw dossier, zodat u niet zelf twee aparte trajecten moet uitzoeken.
Hoe UNABO uw verhardingsdossier voorbereidt
U geeft door welke verharding u wil aanleggen en waar. UNABO brengt de bestaande verharde oppervlakte op uw perceel in kaart, controleert of het geheel vrijgesteld blijft of een vergunning vraagt, en houdt rekening met de funderingsopbouw en met een eventuele aansluiting op de rijweg. Daarna stelt UNABO het dossier op en dient het in via het omgevingsloket, zonder dat u hiervoor een architect nodig heeft.
Twijfelt u of uw project een vergunning vraagt? Neem contact op met UNABO. Wij brengen de bestaande verharding op uw perceel in kaart en adviseren over de volgende stap.